Veel geldkeuzes draaien niet om wat je kunt betalen, maar om wat je bereid bent te betalen. Dat verschil lijkt klein, maar heeft in de praktijk veel invloed op hoe je met geld omgaat. Het bepaalt niet alleen wat je koopt, maar misschien nog wel vaker wat je bewust níét doet — zelfs als het financieel gezien prima zou kunnen. Oftewel het verschil tussen iets kunnen betalen het willen betalen.

Voor mij komt dat verschil vooral naar voren bij grotere uitgaven, waar “meer” altijd een optie is en waar het dus extra belangrijk wordt om stil te staan bij wat je eigenlijk wilt.

Kunnen betalen betekent niet automatisch dat het logisch is

Dat je iets kunt betalen, zegt in de basis alleen iets over je financiële ruimte. Het betekent dat het binnen je budget past, maar het zegt niets over of het ook een goede keuze is.

Want uiteindelijk draait het niet alleen om geld, maar ook om wat bij je past, wat je belangrijk vindt en hoe je je geld wilt gebruiken op de lange termijn. Juist daar gaat het vaak mis: niet omdat mensen iets niet kunnen betalen, maar omdat ze niet bewust nadenken over de vraag of ze het ook wíllen betalen.

Mijn auto

Een auto is voor mij vooral een praktische uitgave. Ik heb er één nodig, maar het is geen onderdeel waar ik veel waarde uit haal in de vorm van luxe of status. Daarom kies ik bewust voor een auto die betrouwbaar is, er netjes uitziet en vooral lage kosten heeft als het gaat om onderhoud, verzekering, belasting en afschrijving.

Hoewel ik zonder probleem een duurdere of grotere auto zou kunnen rijden, voelt dat voor mij niet als een logische keuze. Het voegt simpelweg weinig toe aan mijn dagelijks leven.

Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in mijn keuze om geen nieuwe auto te kopen. Natuurlijk kan een nieuwe auto in het begin minder onderhoud nodig hebben, maar daar staat tegenover dat de afschrijving direct begint zodra je ermee wegrijdt. Daarnaast zitten nieuwe auto’s vaak vol met technische functies die op termijn stuk kunnen gaan. Omdat ik zelf niet handig ben met auto’s, betekent dat voor mij vooral extra kosten en gedoe.

In dit geval kan ik het dus wel betalen, maar kies ik er bewust voor om dat niet te doen.

Wonen en maandlasten

Hetzelfde principe zie ik terug in mijn woonsituatie. Ik woon relatief goedkoop in mijn eigen woning en hoewel ik in theorie groter zou kunnen wonen en hogere maandlasten zou kunnen dragen, voelt dat voor mij niet als een verbetering.

De lagere vaste lasten leveren me namelijk iets anders op: meer ruimte om te beleggen, minder financiële druk en vooral meer vrijheid in mijn keuzes. Dat weegt voor mij zwaarder dan extra woonruimte.

Tegelijkertijd realiseer ik me dat dit niet voor iedereen een keuze is. Door het woningtekort en de huidige prijzen is goedkoop wonen voor veel mensen simpelweg niet haalbaar. In dat geval verschuift de afweging en kies je niet tussen goedkoop en duur, maar tussen wat binnen jouw mogelijkheden past.

Ook dan blijft het verschil tussen kunnen en willen bestaan, alleen binnen andere grenzen.

Ter context: ik woon in een rijtjeshuis van ongeveer 100 m² met tuin en schuur, dus ik besef goed dat ik in een comfortabele situatie zit.

Waar ik juist wél geld aan uitgeef

Tegelijkertijd zijn er ook dingen waar ik juist zonder twijfel geld aan uitgeef. Onze schoonmaker is daar een goed voorbeeld van, omdat het me simpelweg veel oplevert in het dagelijks leven. Het bespaart tijd, geeft rust en zorgt ervoor dat ik minder bezig ben met huishoudelijke taken, waardoor ik mijn vrije tijd anders kan besteden. Voor mij voelt die uitgave daarom logisch: niet omdat het noodzakelijk is, maar omdat het bijdraagt aan iets wat ik belangrijk vind.

Vragen die je jezelf kunt stellen

Het verschil tussen kunnen en willen wordt vaak pas duidelijk als je er bewust bij stilstaat. In de praktijk worden veel keuzes namelijk automatisch gemaakt, zeker wanneer je meer financiële ruimte krijgt.

Het kan helpen om jezelf af en toe een paar simpele vragen te stellen:

  • Zou ik dit ook kopen als niemand het ziet?
  • Wat levert deze uitgave mij echt op in mijn dagelijks leven?
  • Zou ik dit bedrag ook ergens anders aan willen besteden?
  • Past dit bij hoe ik mijn geld wil gebruiken op de lange termijn?

Door dit soort vragen te stellen, voorkom je dat keuzes ongemerkt ontstaan en maak je ze bewuster.

Tot slot

Niet alles hoeft zo goedkoop mogelijk en ook niet alles hoeft maximaal benut te worden omdat het kan. Het gaat er vooral om dat je bewust kiest en begrijpt waarom je iets wel of niet doet.

Iedereen heeft dingen waar hij of zij graag geld aan uitgeeft, en dat is ook precies zoals het hoort. Zolang je keuzes aansluiten bij wat jij belangrijk vindt, zit je meestal goed.

Het verschil tussen kunnen en willen zit uiteindelijk niet in je portemonnee, maar in de keuzes die je maakt.


Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *